Enzo Ferrari
Het begon al veel eerder dan 1947. Enzo Ferrari
was al héél lang een ongrijpbaar fenomeen, een zelden lachende man, een
levenskunstenaar die opging in zijn grootste passie: de auto of beter gezegd
zijn eigen auto’s. Het krankzinnige van Ferrari is de aantrekkingskracht. Ook al
zegt een auto je niets, bij het woord Ferrari wordt iedereen opmerkzaam en dan
heb ik het nog niet eens over het moment dat er daadwerkelijk een Ferrari
langskomt. Dan kijkt iedereen en het doet er niet
toe met wat voor gevoel. Het merk Ferrari is zo bijzonder dat vergelijken
verboden zou moeten worden. Lees hoe het allemaal begon en wat er uiteindelijk geworden is van twee fenomenen:
Enzo Ferrari en het merk Ferrari zelf.
Hoe het begon
Als zoon van een metaalbewerker werd Enzo Ferrari in
februari 1898 geboren, maar over de juiste datum bestaat wat twijfel. Het kan de
18 e of de 20 e zijn, maar wie maakt zich daar nu druk over? Toen de kleine Enzo
op de wereld werd gezet, was het hartje winter in Modena en binnen blijven was
het beste. Enzo's vader Alfredo bleef dus ook binnen. Over de jeugd van Enzo
Ferrari is nauwelijks iets bekend. Zijn vader had een metaalbewerkingsbedrijf
(Officina Meccanica Alfredo Ferrari) en dat bracht kennelijk voldoende brood op
de plank om de monden te vullen. Plus nog wat extra geld om een auto te kopen.
Dat was een Dion Bouton. Die prille kennismaking met de auto moet behoorlijk
ingrijpend zijn geweest, want en dat weten wèl, de jonge Enzo was direct gèk van
vaders vierwieler en misschien stippelde hij al op dat moment zijn kleurrijke
toekomst uit. Hoewel, hij had eerst nog andere aspiraties. Wie in 1898 werd
geboren was in 1914 een jaar of zestien en als dan ook toevallig nog eens de
Eerste Wereldoorlog begint, dan zit het allemaal niet mee. Het wordt nog
moeizamer als je vader overlijdt (in 1916) en op de koop toe je broer hetleven
laat. Enzo Ferrari werd, eenmaal in militaire dienst, letterlijk ziek
(pleuritis) en uiteindelijk afgekeurd. Waarschijnlijk stort op zo'n moment je
toekomst in elkaar, maar Ferrari was er de man niet naar om zich mee te laten
slepen in het tranendal van zijn jeugd. Ooit had zijn vader hem (hij was toen
een jaar of tien) meegenomen naar een autorace en dat wereldje trok hem wel aan.
Als jochie van tien had hij echter nog geen idee wat hij wilde worden en - je
bedenkt het niet - operazanger leek hem wel wat. Moeder Natuur had de jonge Enzo
echter een paar belabberde oren opgeplakt en een muzikale loopbaan kon hij dan
ook op zijn buik schrijven. Een andere ambitie, de journalistiek, liep ook op
niets uit en uiteindelijk belandde hij in de autowereld. Maar dat ging niet
direct van een leien dakje.
De race carriere
In 1918 krijgt Ferrari de kans om aan de slag te gaan bij
een autofabriek. Zonder enige opleiding sleutelt hij zich een slag in de rondte.
En natuurlijk kijkt hij - als altijd - verder dan zijn neus lang is. Hij rijdt
wat wedstrijden en dat opent de deuren naar Alfa Romeo, een fabrikant die op dat
moment al hele bijzondere auto's heeft gebouwd. Alfa Romeo had voldoende
financiële middelen om dure coureurs in te huren, maar Ferrari was in eerste
instantie een koopje. Maar Ferrari bleek dan ook geen topcoureur.Links en rechts
lukte het Enzo Ferrari wel om de nodige overwinningen in de wacht te slepen,
maar niemand lag wakker van Ferrari als coureur. Halverwege de jaren twintig
hing Ferrari zijn racestuur in de wilgen en stortte hij zich op de techniek. Een
jaar of wat later trachtte hij toch de draad weer op te pakken, maar dat liep op
niets uit. Dat betekende echter geenszins dat hij zich niet meer met de racerij
wilde bemoeien. Integendeel! Tot zijn dood speelde de racerij een rol in zijn
leven en hij een rol in de racerij. In 1929 schudde Ferrari de hoge heren van
Alfa Romeo de hand en startte zijn eigen renstal. Op zich niet zo'n eenvoudige
opgave, maar Ferrari wist zich gesteund door een groep schatrijke mensen met een
zwak voor de racerij. De Scuderia Ferrari was een feit. Vreemd is het nog altijd
dat Alfa Romeo zich in 1932 terugtrok uit de racerij en Ferrari zou Ferrari niet
zijn als hij daar niet slim op inspeelde. Hij kocht met behulp van zijn sponsors
de inboedel van Alfa Romeo op en zijn kleine renstalletje werd direct een
professionele aangelegenheid. De auto's waarmee werd gereden waren op dat moment
nog steeds Alfa Romeo's, maar al wèl voorzien van het inmiddels legendarische
Ferrari- kenmerk: het steigerend paard. Met de 8C 2600 Monza maakte Ferrari
goede sier. De 2600 was eendoorontwikkelde 2300 met een vermogen van 180 PK bij
5600 toeren per minuut en vertoonde zich voor het eerst bij de Grand Prix van
Tunesië in 1933. Ook scoorde de 8C 2600 Monza in de Mille Miglia in 1934 en
1935. Waar de Scuderia Ferrari het moeilijk mee had, waren de Duitse opponenten,
die hem allemaal te snel af waren. Dat leidde tot conflicten met Alfa Romeo en
de jaren dertig waren dan ook niet de meest gezellige uit het leven van Enzo
Ferrari, nog afgezien van het feit dat er een oorlog voor de deur stond. In 1939
zette Ferrari definitief een punt achter alles wat met Alfa Romeo te maken had
bereidde hij zich voor op het produceren van sport- en racewagens in Modena.
De eerste auto's
In 1940 had Enzo Ferrari zijn eerste renwagen klaar: de
815 Vettura, maar verder dan de Mille Miglia in dat jaar bracht die wagen het
niet. Het was overigens wèl de eerste èchte Ferrari die er uit het fabriekje van
Enzo Ferrari kwam. Goedbeschouwd is het jubileumjaar 1997 dan ook wat
merkwaardig, want Ferrari heeft weliswaar een aantal jaren wat "branchevreemde"
dingen gedaan, feit is dat de eerste Ferrari in 1940 werd geproduceerd en niet
in 1947. Overigens bouwde Ferrari twee exemplaren van de 815, die was voorzien
van een anderhalve liter achtcilinder motor.
De oorlog
Halverwege de oorlog verhuisde Ferrari met zijn hele hebben en
houden naar Maranello, een klein plaatsje ten zuiden van Modena. Tot op dat
moment maakte hij voor de Italiaanse overheid allerhande mechanische onderdelen
voor machines en daarviel nog een leuke boterham in te verdienen ook. Enzo
Ferrari kreeg wat meer geld om handen en dat resulteerde in een fabriek die de
meest spraakmakende sport- en racewagens ter wereld zou gaan produceren. De
oorlog had Ferrari in elk geval overleefd en in 1946 bereidde hij de start voor
van zijn fabriek. In 1947 had hij drie 125 Sport- renwagens gereed. Nog steeds
was Gioacchino Colombo - al in de jaren dertig van de partij - de rechterhand
van Enzo Ferrari. Colombo ontwikkelde een V12- motor, die heel lang de basis
bleef van alles wat Ferrari onder de motorkap van zijn auto's monteerde. De 125
Sport werd speciaal gemaakt voor de coureur Franco Cortese. De wagen was
voorzien van een twaalfcilinder motor met een inhoud van 1500 cc. Cortese
debuteerde op het circuit van Piacenza op 11 mei 1947. De race liep niet goed
af, want in de laatste ronde begaf de motor het, uitgerekend toen de wagen aan
kop lag. Maar het begin was er en veertien dagen later (op 25 mei 1947) won de
125 Sport de Grand Prix van Rome. Uiteraard met Cortese achter het stuur. De
eerste Ferrari- overwinning was een feit.
Grand prix
Ferrari wilde niets liever dan grote successen boeken in de
Grand Prix, maar Alfa Romeo bleek steeds sneller. Giuseppe Farina werd Formule
1- kampioen in 1950 en werd vierde in 1951. Maar wèl voor Alfa Romeo en Ferrari
had flink de pest in. EnzoFerrari was echter nogal gecharmeerd van Farina en
haalde hem over (een kwestie van geld) om voor hem te komen rijden. Farina ging
dus samen rijden met Alberto Ascari, een topcoureur die in 1950 vijfde en in
1951 tweede werd. In 1952 was het feest. De eerste, tweede en derde prijs in de
Grand Prix Formule 1 werden door Ferrari bezet. Eerste werd Ascari, tweede
Farina en derde Piero Taruffi. Luigi Villoresi werd zevende. Ferrari kreeg de
smaak te pakken en met resultaten van dit kaliber is dat niet meer dan logisch.
Maar niet alleen de Formule 1 kreeg aandacht van Enzo Ferrari. Gran Turismo-
races vond hij eveneens interessant en er werd flink wat geld ingepompt. Een
beetje te veel wellicht en er werden meer wagens ontwikkeld dan dat er actief
werd gereden. Het resultaat was in elk geval een flink aantal prototypes die
zonder twijfel de moeite waard zijn, maar resultaten zouden aardiger zijn
geweest.
Sportwagen
Naast de racewagens werd er gewerkt aan sportwagens. Ferrari's
zoon Dino bemoeide zich daar actief mee en zo werd de naam Dino gekoppeld aan
een aantal fameuze Ferrari- modellen. In de jaren vijftig werden de nodige
prototypes ontwikkeld en pas in de tweede helft van de vijftiger jaren werden de
modellen inbescheiden series gebouwd. Echt grote aantallen bouwt Ferrari vandaag
de dag overigens nog steeds niet, maar nu worden er duizenden gefabriceerd,
terwijl er modellen zijn geweest die slechts oplagen haalden van enkele
tientallen of enige honderden. Pininfarina kwam in de medio de jaren vijftig om
de hoek kijken. De fameuze ontwerper zou zijn stempel voortaan op menige Ferrari
drukken. Het eerste ontwerp van Pininfarina was de 250 GT Berlinetta. Weliswaar
een auto om ook "gewoon" op de weg mee te rijden, maar scoren deed de wagen in
verschillende rallies. Méér dan beroemd is de 250 GTO, een razendsnelle
sportwagen die race na race won. Er zijn er - volgens de fabriek - slechts
veertig gebouwd (1961- 1964) en ze zijn dan ook een vermogen waard. Met een 250
GTO won Ferrari onder meer de 24- uurs race van Le Mans. Opvolger van de 250 GTO
werd (in 1966) de 275 GTB.
